64 probleemmerries in Kentucky: wat de Hagyard-veldstudie laat zien
Door Bojesen & Petersen Biotech. Wetenschappelijke basis: Prof. Anders Miki Bojesen en Dr. Morten Rønn Petersen, Universiteit van Kopenhagen.
De Hagyard-veldstudie is de grootste praktische evaluatie van de activeringsmethode: 64 probleemmerries in het Hagyard Equine Medical Institute in Lexington, Kentucky, allemaal met dezelfde voorgeschiedenis, allemaal volgens hetzelfde protocol onderzocht, behandeld en gedekt. 83 % werd drachtig. Dit artikel legt uit hoe de studie was opgezet, wat de cijfers betekenen, waar de grenzen liggen, en wat fokkers eruit kunnen meenemen.
Wie waren de 64 merries?
64 volbloed-fokmerries uit Kentucky die vóór opname in de studie minstens drie cycli gust waren gebleven, ondanks goede timing, een vruchtbare hengst en standaardonderzoeken zonder bijzonderheden. De swabs waren "schoon", de echo's normaal. Precies de merries waarbij fokkers en dierenartsen zich het vaakst afvragen of het nog zin heeft.
Het klinische werk werd gedaan door de theriogenologiegroep van Hagyard onder leiding van dr. Kristina Lu. De studie werd geanalyseerd en gepubliceerd door dr. Morten Rønn Petersen en prof. Anders Miki Bojesen, Universiteit van Kopenhagen, als congresbijdrage in Clinical Theriogenology 2014.
Hoe verliep de studie?
Bij elke merrie werd vóór en na de activering een baarmoederkweek afgenomen: eerst vooraf, daarna werd bActivate, een steriel diagnostisch voedingsmedium, in de baarmoeder ingebracht, en 24 uur later volgde de tweede kweek. Slapende streptokokken, die op een standaardkweek niet groeien, worden door het medium weer tot groei gebracht en daardoor aantoonbaar (Petersen et al., Veterinary Microbiology 2015). Merries met een positieve kweek werden behandeld (spoeling, zo nodig mucolytica, en antibiotica na gevoeligheidsbepaling), daarna gedekt, en de dracht werd met echo bevestigd.
Een detail dat u moet kennen: in de veldstudie werd de tweede kweek 24 uur na de activering afgenomen. Het huidige protocol van de fabrikant schrijft 48 uur voor, omdat het detectiepercentage met het langere interval betrouwbaarder bleek. De resultaten van toen zijn dus met het kortere interval behaald.
Wat kwam eruit?
- 30 van de 64 merries hadden na de activering een positieve kweek, dat is 47 %. Bij bijna elke tweede probleemmerrie had de standaardkweek een infectie gemist.
- 53 van de 64 merries werden drachtig, dat is 83 %.
- 7 merries raakten tijdens de dracht uit beeld (verkocht of niet meer bereikbaar).
- Van de 46 merries met bekende uitkomst brachten er 32 een levend veulen, dat is 70 %.
Ter vergelijking: bij probleemmerries van dit type lag het historisch verwachte veulenpercentage op 15 tot 50 %, in de totale populatie op 80 tot 85 % (Bosh et al., Equine Veterinary Journal 2009). De 64 merries zaten na het onderzoek dus veel dichter bij normale fokmerries dan bij de historische verwachting voor probleemmerries.
Over alle klinische evaluaties heen was 47 tot 87 % van de probleemmerries activeringspositief. Hagyard zit met 47 % aan de onderkant van die bandbreedte.
Wat de studie niet laat zien
Eerlijkheid hoort bij een studie, en deze heeft drie grenzen die u moet kennen:
- Geen placebogroep. Alle 64 merries doorliepen hetzelfde protocol. De auteurs schrijven het zelf: omdat er geen placebogroep was opgenomen, valt niet vast te stellen of de vruchtbaarheid na activering en behandeling significant is gestegen. De 83 % beschrijft dus het hele pakket van diagnose, behandeling en diergeneeskundige begeleiding, vergeleken met de historische verwachting, niet de werking van een product alleen.
- Congresbijdrage, geen volledig artikel. De studie verscheen als abstract in Clinical Theriogenology, met de beoordeling van het congres, maar niet als uitgebreide publicatie. Het onderliggende mechanisme (activering van slapende streptokokken) is wél onderbouwd in een peer-reviewed artikel (Petersen et al. 2015).
- Eén kliniek, één seizoen. De cijfers komen uit een praktijk met ervaren theriogenologen. Of ze overal te herhalen zijn, hangt af van dierenarts, laboratorium en merries.
Dat de richting klopt, laat een tweede evaluatie bij Kildangan Stud in Ierland zien, met een drachtigheidspercentage van 89 % bij probleemmerries (Journal of Equine Veterinary Science 2018), eveneens een congresbijdrage.
Wat dat voor uw merrie betekent
Als uw merrie bij de probleemmerries hoort, dus 10 jaar of ouder is, drie of meer veulens heeft gehad, een baarmoederontsteking of abortus in de voorgeschiedenis heeft, vocht op de echo laat zien, of ondanks een schone swab herhaaldelijk niet drachtig wordt, dan is de Hagyard-studie de reden om niet nog een cyclus met hetzelfde plan te verbruiken. Wat uw dierenarts concreet kan doen, staat stap voor stap in Merrie wordt niet drachtig: wat te doen, en in welke volgorde. Waarom de swab de infectie zo vaak mist, legt Baarmoederswab bij de merrie: wat hij laat zien, wat hij mist uit. Protocol, bewijs en bestelbron voor uw dierenarts: voor dierenartsen.
Veelgestelde vragen
Was bActivate in de Hagyard-studie een behandeling? Nee. bActivate heeft de slapende bacteriën gewekt, zodat ze in de kweek groeien. Daarna werd behandeld met antibiotica na gevoeligheidsbepaling. bActivate is een diagnostisch voedingsmedium, geen geneesmiddel.
Waarom 83 % drachtig, maar maar 70 % levende veulens? Omdat 7 van de 53 drachtige merries tijdens de dracht uit beeld raakten. Van de 46 merries met bekende uitkomst veulenden er 32, dat is 70 %. Drachtverlies tussen echo en geboorte komt ook bij gezonde merries voor.
Geldt de studie ook voor warmbloed- en recreatiemerries? De merries in Kentucky waren overwegend volbloeden; de bacterie en de baarmoeder zijn bij alle rassen gelijk. De studie zegt niets over rasverschillen, wel over het mechanisme, en dat is onafhankelijk van het ras onderbouwd.
Waar vind ik de oorspronkelijke bron? Als PDF in de congresbundel van Clinical Theriogenology 2014 (link bij de bronnen) en in het overzicht van alle studies op bewijsniveau onder /studies.
Bronnen
- Petersen MR, Bojesen AM. Veldstudie in het Hagyard Equine Medical Institute, Kentucky: 64 probleemmerries. Clinical Theriogenology 2014;6(3):313-314 (congresbijdrage, zonder placebogroep). cdn.ymaws.com/www.therio.org/resource/collection/DB0508BA-DE64-46F0-BE6B-2CE2A338D52C/2014_v3_027.pdf
- Petersen MR, Lu K, Christoffersen M et al. Impact of activation and subsequent antimicrobial treatment of dormant endometrial streptococci in the Thoroughbred problem mare, a descriptive field study (Abstract). Clinical Theriogenology 2013;5:408.
- Petersen MR, Skive B, Christoffersen M, Lu K, Nielsen JM, Troedsson MHT, Bojesen AM. Activation of persistent Streptococcus equi subspecies zooepidemicus in mares with subclinical endometritis. Veterinary Microbiology 2015;179(1-2):119-125. doi.org/10.1016/j.vetmic.2015.06.006
- Petersen MR, Rosenbrock A, Osborne M, Bojesen AM. High Prevalence of Subclinical Endometritis in Problem Mares, Effect of Activation and Treatment on Fertility. Journal of Equine Veterinary Science 2018;66:117 (congresbijdrage). doi.org/10.1016/j.jevs.2018.05.162
- Bosh KA et al. Reproductive performance measures among Thoroughbred mares in central Kentucky. Equine Veterinary Journal 2009;41:883-888.
Alle studies op bewijsniveau: /studies.